Sluiten

Verhaal over een wind


Tja, een verhaal over een wind. Daar kun je van alles bij denken natuurlijk. Er zijn tenslotte winden en Winden, nietwaar? Er zijn zelfs winden die je zelf kan maken, maar daar gaat dit verhaal niet over.

Dit verhaal gaat over de buitenwind. De wind die je hoort loeien om het dak in de herfst. De wind die in de zomer fluistert met het riet. De wind die met het water speelt en de golven maakt. En die in de zeilen blaast en boten vooruit waait. Die wind wordt oud, wist je dat? - Hij begint te slijten.

Heel erg is dat eigenlijk niet. Heel gewoon zelfs. Want er is ook al weer jonge wind. Zo gaat het bij mensen; zo is het bij de wind ook. Er is zelfs niet één jonge wind: er zijn er wel vier!

Want Pa Wind heeft vier zonen. Die blazen elk één kant op. Je hebt een Westenwind, die is de oudste. Hij kan al heel hard blazen. De één-na-oudste is de Zuidenwind, maar die is wat verlegen en blaast haast altijd voorzichtig. Dan komt de Noordenwind, die al goed z'n best doet. En de jongste is de Oostenwind. Hij is nog maar klein, voor een wind dan natuurlijk en hij wordt vaak geplaagd. Vooral door de Westenwind, die altijd ‘ha, klein Windje’ zegt, hoe hard de Oostenwind ook probeert te blazen.

‘Poeh,’ loeide de Wester pas weer, ‘ik kan véél harder!’ En dat is waar. Maar het is ook heel gemeen, want hij is de oudste en de Oosterwind was nog zo klein. ‘En bovendien,’ ging de Wester daarna met veel kabaal door, ‘niemand wil een oostenwind. Oostenwind is koud en guur, mensen balen daarvan en de planten willen niet groeien!’

‘Nietes,’ heeft de kleine Ooster nog geroepen.

‘Vraag het maar eens aan Pa, als je 't niet geloofd,’ gierde zijn broer.

En dat deed kleine Ooster toen maar, ‘Pa, is de Oostenwind guur en koud?’

‘Jawel, m'n jongen, doe dus maar goed je best!’ zei pa, maar hij keek niet naar het treurige gezicht van de kleine Ooster. Zo kwam het dat Ooster stiekum héél verdrietig werd. Niemand wil mij, dacht hij. En daarom deed hij ook helemaal zijn best niet meer.

En dat merkten wij allemaal, want het wilde toen maar geen winter worden.

Het bleef zacht en nat. Niet koud of guur. Eerst leek ons dat best lekker, maar: waar bleef de lekkere wollige sneeuw? En waarom konden we helemaal niet schaatsen? Wij kregen daar eigenlijk onderhand wel zin in. Maar dat wist onze kleine Ooster niet.

Toen gebeurde er iets raars.

We fietsten over straat naar de stoplichten toe en we hadden de wind tegen. Dat was nog niet zo raar. Maar toen fietsten we weer terug … en toen hadden we de wind wéér tegen. En dat was wél raar! Daarom wilden we dat uitzoeken.

En zo hebben we hem toen gevonden: een treurige kleine Oostenwind. Hij zat in de bocht. Achter een groen gashokje. Gewoon een beetje verdrietig te zijn. Van hem hoorden we het hele verhaal bij vlaagjes.

Toen hebben wij hem natuurlijk verteld dat wij mensen zo graag wilden sleeën en ook schaatsen in de winter. En dat juist de Oostenwind daarvoor kan zorgen! En dat Oostenwind 's zomers lange, warme, droge dagen betekent.

Van die heerlijke vakantie- en kampeerdagen. Dat wij mensen daar ook al zo dól op zijn. En dat dan bovendien alle bloemen en planten het langst en het mooist blijven bloeien. Allemaal dankzij de Oostenwind!

Nou, toen had je hem moeten meemaken, die kleine Ooster! Hij blies ons finaal van de sokken van plezier. En terwijl wij helemaal tureluurs werden van zijn gejoel riep hij nog dat hij net zo groot en sterk zou worden als grote broer Wester - wacht maar!

Ik weet niet of hij al zó groot en sterk is. Maar we hebben al wel een paar prachtige sneeuwwinters gehad. En ijspret nu en dan! Het zou mij ook niet verbazen als er weer een héle móóie zomer aan komt … Met zo'n enthousiaste Oostenwind moet dat lukken!

Zwaai dus maar eens naar hem als je lekker op 't strand ligt omdat hij weer heerlijk rondblaast.

Vraag dan wel gelijk even waar hij m'n sjaal en paraplu heeft gelaten, die ik al kwijt ben vanaf die keer dat hij ons door elkaar woei van blijdschap. Daar bij dat gashokje.

Of nee, laat ook maar, eigenlijk. Want wat moet ik tijdens zo'n mooie zomer ook met een sjaal of een paraplu?

Doe 'm maar gewoon de groeten!