Sluiten

Spleetkever Kerst


Niet ver hier vandaan loopt een sloot. Of eigenlijk loopt die helemaal niet, hij ligt er gewoon. Met aan de ene kant nog wat huizen en aan andere kant weilanden.

Over die sloot loopt een weggetje. Op dat plekje zit dus een brug, want daar loopt de weg over de sloot. Het is een gemetselde, stenen brug. Een hele oude stenen brug. Met hele oude stenen brugleuningen.

En in die stenen brugleuningen lopen grote scheuren, van boven naar beneden. In één zo'n scheur daar woont Karel. Karel is een kever. Een trotse kever!

‘Poeh,’ pocht Karel, ‘ik ben ook niet zomaar een kever, zoals een mestkever bijvoorbeeld. Bah. Een mestkever huist in de poep! Stel je voor, mij niet gezien hoor. Ik ben eigenlijk veel meer een keurige kever. Ik woon zelfs in een stenen huis. Net als de mensen dus eigenlijk. Noem mij maar een Spleetkever!

Karel kijkt graag naar de mensen, hij wil alles net zo mooi, net zo kleurrijk en net zo versierd hebben als wij. Dus als jij 's zomers op een glimmende fiets over die brug rijdt, dan zit Karel op zijn leuning (goed kijken!) en poetst zijn schilden net zo mooi glimmend als jouw fiets.

Maar nu is het bijna winter en er zijn haast geen mensen meer op de brug en als ze er al zijn, dan zitten ze in een auto of fietsen ze heel hard voorbij. Want het is koud en nat buiten en dan zitten mensen liever binnen, hè?! Lekker warm, met chocola en kaarsjes.

Onze Karel de Spleetkever mist dan de mensen wel natuurlijk. Hij mist jou ineens, terwijl je misschien niet eens wist dat hij er was. En hij mist mij, want ik vind het ‘s winters binnen ook veel lekkerder.

Karel vindt zijn spleet wel fijn, want het is uit de wind en lekker droog diep onderin. Maar toch wilde hij weer mensen zien en mensen nadoen. En daarom vloog hij vorige week voorzichtig naar de huizen vlakbij. (Erg voorzichtig: want vogels lusten heel graag kevers, maar kevers weten best iets leukers te bedenken dan te worden opgeschrokt door een vogel.) Hij landde op een raamkozijn en gluurde naar binnen … en viel toen bijna van het randje af van verbazing!

Daarbinnen stond een bóóm, een echte groene boom zomaar in een mensenhuis! En die boom was zo mooi versierd, dat het wel leek of er bloemen aan bloeiden – midden in de winter!

Karel had natuurlijk nog nooit van het Kerstfeest gehoord, maar zo’n boom wilde hij ook!

Nou, dat was nog een hele klus, dat kan ik je wel vertellen. Eerst een halve dag zoeken tot hij het gave bovenstukje van een dennentak vond. Toen twee hele dagen slepen door het gras omdat hij dat takje niet kon tillen. Daarna een halve dag friemelen en duwen om het takje in het water te krijgen van de sloot. Toen nog een hele dag varen naar het bruggetje.

En daarna bijna een hele dag hijsen in samenwerking met Sjaak Spin, om het ‘boompje’ van Karel in de spleet te krijgen. Sjaak vond nog een glinsterende kraal. En Karel ontdekte een stukje zilverpapier.

Dus daar zitten ze nu, Sjaak Spin en Karel Spleetkever, met een boom, een versierde boom in Karel zijn woonspleet!

‘Mooi, hè,’ zucht Sjaak de Spin soms.

‘Héél mooi!,’ zegt Karel de Kever dan, en daarna drinken ze een slokje verse dauw met elkaar. ‘t Is waar: het is heel gezellig nu bij Karel. Ga zelf gerust even kijken. Neem je zaklamp mee.

Diep onderin! Zie je 'm? Daar zit Karel. Met zijn boompje.

Een deftige kever. Een kever met stijl.

Kortom: een echte Spleetkever!