Sluiten

Ooghoek-kunde


Heb je wel eens zo maar aan iets eigenaardigs gedacht? Aan iets sprookjesachtigs bijvoorbeeld? En leek het er toen ook te zijn? ‘Een beetje’ of ‘bijna’ kan natuurlijk ook. En werd het bij jou ook steeds echter toen je er langer over nadacht?

Daarover wilde ik het graag even met jou hebben. Ik moet je dan eerst wel even waarschuwen voor grote mensen. Want die kunnen natuurlijk heel lief en vriendelijk zijn, maar ze geven ook problemen!

Eén van de problemen met grote mensen is dat ze steeds stroever gaan denken.

Zij noemen dat ‘de werkelijkheid’ of ‘de feiten’ en alles wat volgens hen niet in die ‘werkelijkheid’ of bij hun ‘feiten’ past, heet: ‘onzin’ of, als het meezit, ‘fantasie

Nu weten kinderen natuurlijk heel goed dat wat in je fantasie zit óók heel echt is. En dat iets dat je bedacht hebt, steeds echter wordt – hoe langer je er over door blijft fantaseren.

Grote mensen zijn dat vergeten. Het rare met grote mensen is dus dat ze van alles wat er ‘is’ hooguit de helft zien: ze zien alleen nog maar wat er steeds is en helemaal niet meer wat er soms is. En dat is een héleboel boel meer, natuurlijk! Daarom lijken opeens alle Kabouters ook verdwenen. En Trollen, Witte Wieven, Heksen, Tovenaars, Elfjes en nog zoveel meer. Dacht je nou echt dat die allemaal niet bestonden? Kom nou: er zijn duizenden boeken over geschreven en nog veel meer verhalen over verteld! Die kwamen echt niet zomaar uit de lucht vallen.

Ze waren er gewoon echt. En wat ik gemerkt heb: ze zijn er gelukkig nog!

Toch hebben grote mensen hebben ook wel een klein beetje gelijk, want veel van dat sprookjesachtige is er pas als het wordt gedacht. Het hoeft niet te worden bedacht, want ze zijn allang bedacht natuurlijk, al zolang als de verhalen er over oud zijn.

Maar het moet wel opnieuw worden gedacht! Wat er dan gebeurt noem ik: ‘ooghoek-kunde’. En dat is heel erg aan te bevelen, vooral aan kinderen – wordt dus ‘ooghoek-kundige’!

Het gaat zo: je gaat bijvoorbeeld op een oude boomstam zitten bij één of ander bosje of aan de rand van een sloot en je doet helemaal niets. Je zit er gewoon. Een hele tijd ook. Je kijkt wat en je ruikt wat en je kauwt op een grassprietje, of zoiets.

En dan begin je langzaam te denken aan wat je graag zou willen tegenkomen. Een Kabouter bijvoorbeeld. Je stelt je voor hoe die hier zou kunnen wonen. En waar dan. Je denkt er over na hoe die er uit zou kunnen zien. En hoe zijn of haar stem zou kunnen klinken. Als je dat vaker en vooral lekker lang en heel rustig doet - dan kómt er een moment dat er een Kabouter in je ooghoek verschijnt. Echt! Heel even zie je hem of haar duidelijk in je ooghoek!

Het vervelende is dat je dan onmiddellijk die kant op gaat kijken. In het begin kun je dat gewoon niet laten – het gaat zo maar vanzelf. Maar dan is je Kabouter wel direct weer weg! Dat komt misschien omdat hij eigenlijk niet zo heel graag gezien wordt. Maar het komt ook omdat jij ‘m nog maar nét gedacht hebt. Hij is er nog maar pas – het moet nog wat vertrouwder worden.

Zie je, dit is nu wat ik je vertelde over grote mensen: ze snappen niet meer dat veel dingen er niet zomaar zijn, maar dat die er zijn omdat ze eerst bedacht zijn en later weer opnieuw gedacht worden. Kijk: een fiets of een voetbal is ook eerst bedacht, maar daarna kun je ze wegleggen en later weer oppakken. Dat kan niet met een Kabouter of een Elf, die zijn ook eerst bedacht, maar je kunt ze niet wegleggen en later weer oppakken. Die moet je later weer gewoon terugdenken.

Het is eigenlijk heel eenvoudig: hoe meer er gedacht wordt aan bijvoorbeeld Kabouters, hoe meer Kabouters er ook zijn. En dan kun je ze veel makkelijker zien natuurlijk en vaak beter. Het is dus nódig dat we regelmatig ergens zo maar zitten te niksen en flink fantaseren. Want daarmee blijven veel leuke en bijzondere dingen in leven en nabij.

Je moet je dan natuurlijk wel even dúrven te vervelen en zo maar wat voor je uit kunnen zitten denken. Zomaar fantaseren en voorlopig vooral ook niets willen doen. Zie je: dat is ook al een probleem geworden: veel mensen zijn bang geworden voor verveling. Bijna niemand durft nog zo maar wat te zitten peinzen en zich daarbij alleen maar iets voor te stellen. Veel mensen begrijpen ook niet dat verveling alleen maar het deurtje is waar al onze fantasie achter zit. Grote mensen zijn voor verveling wel het állerbangst!

Let maar eens op: als jij je ook maar éven probeert te vervelen roepen grote mensen direct: ‘zit daar niet zo te hangen: ga wat doen!’ En dan zetten ze je aan je huiswerk of achter de computer met een spelletje. Of ze geven je een boek of een tablet aan ‘om iets te doen te hebben’. Als jij daar dan steeds in trapt, dan rent er even later misschien een Pokémon of een ander dwaas poppetje voor je ogen heen en weer. Die is natuurlijk ook een keer bedacht, maar wel heel ver weg en door iemand anders! Dat wordt bij jou nooit écht, natuurlijk. Het blijft gewoon maar een rennend plaatje.

Soms wel eens leuk, natuurlijk, zo’n spelletje. Maar op den duur ook wel erg saai als je er over nadenkt: het is steeds hetzelfde en het wordt nooit helemaal écht. Heel iets anders dan een eigen Kabouter of Elfje, die je zélf weer tot leven hebt gedacht.

Eéntje die je soms al even in je ooghoek kunt waarnemen. Eéntje waarvan je zeker weet dat ‘ie vlakbij is,

‘Komt die Kabouter nu eigenlijk uit je hoofd of was hij hier altijd al, maar zie je ‘m zelf nu pas voor ‘t eerst?’, kun je je afvragen. Dat lijkt een goeie vraag. Maar ik denk dat het er niet zo toe doet, eigenlijk. Feit is dat als je genoeg aan ‘m denkt dan blijkt hij er ook gewoon te zijn. Wanneer jij dat wilt én omdat hij dat ook leuk vindt, denk ik. En dan zie je ‘m steeds vaker, al maar vlotter en ook langzaamaan scherper en beter.

Later kun je er zelfs zachtjes tegen beginnen te praten! Probeer het maar.

De mijne praat al gewoon terug!