Sluiten

Na de vakantie


Misschien herinner je je Nico en Hennie nog? Nico Naakt…, pardon: Nico Naturél-slak en Hennie Huisslak? Anders moet je eerst maar even het verhaaltje “Vakantieruil” lezen. Nico en Hennie hebben daarin geruild: Nico kreeg Hennie’s huisje toen mee en vond zichzelf daarom een soort caravan-slak. Terwijl Hennie met Nico’s tentje op stap ging.

Nou, die vakantie is in dit verhaaltje voorbij. Nico en Hennie zijn weer terug.

Gelukkig dat ik ze op tijd ontdekte. Natuurlijk kun je een ontmoeting van twee slakken een hele tijd van te voren zien aankomen, als je maar goed oplet. Ik zag Hennie al ruim een week geleden op de hoek van de straat onder de heg daar vandaan kruipen. En toen ik op zoek ging naar Nico gleed die juist een stoeptegel schuin over op de andere hoek. Toch duurde het nog wel een kleine week voordat ze elkaar tegenkwamen. Want slakken – nou ja, die gaan met een slakkengangetje!

Ze ontmoetten elkaar uiteindelijk op woensdag. Dus ging ik toen direct met mijn oor naar omlaag om naar ze te luisteren. Maar nee hoor, niks te horen, ze hebben die hele woensdag alleen maar zitten uithijgen. Tja, slakken hè, dat schiet echt niet op! Maar op de donderdag daarna kwamen dan toch eindelijk de verhalen los.

‘Pfoe’, zei Hennie, ‘is dat sjouwen! En dat nog wel in de vakantie! Maar ik heb wel een hele fijne reis gemaakt. Heel ver - wel zeven straten! Want ik wou wel eens naar een waterkant en een langs hippende vogel die vertelde me dat dáár water is. Een “vijver” heet dat, zei die vogel. Het was niet alleen een heel eind, maar wat is het drúk ook onderweg! Een heleboel dingen waar je voor uit moet kijken als slak. Vooral al die mensen. Je weet wel, van die hele grote figuren op hardleren hoeven en met kleurige flapperdingen aan. Nou die lopen of fietsen hárd! Je moet als slak wel ontzettend uit de buurt blijven om niet tot een superplat slakkenkoekje te worden geplet… Daarom ben ik zoveel mogelijk alleen maar door gras en over zand gekropen. Dan kom je natuurlijk nog wel van die vier-voeten-beesten tegen die aan je snuffelen, maar die lusten me toch niet.’

‘Oh, je bedoelt honden’, lacht Nico, ‘ja, die zijn niet echt gevaarlijk voor ons gelukkig. Heb je dat water nog gevonden?’

‘Nou en of! Het was een geweldig grote plas. Je kon er bijna niet overheen kijken en er spoot ook nog water naar boven. Zo raar. Want ik kende tot nog toe alleen regenwater. En dat komt altijd omlaag. Maar dit water spoot omhoog. In een straal. En dan pas viel het weer naar beneden. Er was ook een hele vreemde vogel. Die kon op het water drijven! Hij zei dat ‘ie “Eend” heette. En zo’n straal water omhoog heet “Fontein”, vertelde hij. En hij zei ook nog dat het water in de winter soms zo hard wordt dat ik er over heen zou kon glijden. Maar dan zou ik wel een heel erg koud buikje krijgen, zei die zwemvogel. Zou dat nou waar zijn, denk je? Het Lijkt mij eigenlijk maar raar. Ik geloof daar niks van. Maar het is er wel heel mooi, vooral toen de zon een keer in het water scheen; toen zag ik twéé zonnen!’

‘Goh’, zei Nico, zo te horen heb jij een hele fijne vakantie gehad en heb je heel wat beleefd ook.’

‘Dat klopt! En ik heb heel prettig geslapen in jouw tentje. Met mijn eigen huisje was ik vast niet zover gekomen, want dat is veel zwaarder; dat heb jij nu vast wel gemerkt! Toch heb ik mijn huisje wel gemist: ik ben er aan gehecht, hé. Ik droeg het mijn hele leven al mee. Tot deze vakantie dan.’

‘Wacht, wacht! Laten we dan eerst maar even terug ruilen. Dan heb jij je vertrouwde huisje weer!’ reageerde Nico nu en met veel gepruts maakten ze Hennie’s huisje weer op zijn rug vast. Zo zag hij er weer uit als een echte huisjes-slak. En is Nico weer een echte Naakt… pardon, Naturél slak.

Daarna keek Nico Hennie aan en zei: ‘Nu zal ik je vertellen hoe mijn vakantie verliep: ook ik was vaak bang voor al die mensen, voor de fietsen en die auto’s. Daarom ben ik ’s nachts gaan reizen! En als het ochtend werd dan zocht ik een beschut plekje om uit te rusten, lekker om me heen te kijken en af en toe een slaapje te doen in jouw huisje. Wist je trouwens dat de mensen palen hebben neergezet die ’s nachts licht geven?! “Lantarenpalen” noemen ze dat! Als ik de ene nacht dan van zo’n paal vandaan kroop, dan werd het langzaam steeds donkerder. Maar dan kroop ik de volgende nacht weer verder in de richting de volgende lantarenpaal en dan werd het juist langzaam weer lichter. Midden in de nacht! Goed bedacht, hè, van die mensen. Leuk en spannend reizen was dat. Ik was heel blij met mijn ontdekking van deze licht-palen.’

‘Nou, dat klinkt ook heel spannend’, zei Hennie nu, ‘ik merk wel dat jij ook een fijne vakantie hebt gehad.’

‘Maar het gekste heb ik nog niet verteld,’ gaf Nico als antwoord en hij trok zijn oogjes op zijn steeltjes in de verbaasde stand toen hij verder sprak: ‘Het gekste was dat ik op een pleintje tussen de huizen verderop nét zo’n paal tegenkwam die helemaal géén licht gaf. Er zat zelfs geen lamp bovenaan. Meer een soort schuttinkje. En ook nog iets wat op een fietswiel leek met een netje daaronder! Raar, hè. Waar zou dat nou voor zijn denk jij?’

‘Ik-ik-ik heb geen idee’, hakkelde Hennie: ‘Weet je nog waar die gekke paal staat? Zullen we hem dan samen eens gaan opzoeken? Want ik ben nu toch wel benieuwd waar dat voor is…’

Zo gezegd, zo gedaan. Ze gingen samen dadelijk op weg, die twee slakken. Hennie Huisjesslak en Nico Naakt… pardon, Naturél slak.

Maar voordat die twee er eindelijk zijn met hun slakkengangetje, nou, dan weet jij natuurlijk allang waar die paal van Nico voor dient!

Ten minste: dat denk ik. Als je het plaatje eens bekijkt…