Sluiten

Luie wespen


Nu, in de late nazomer, zijn er buiten luie wespen. Misschien heeft je moeder je daar al voor gewaarschuwd: want met luie wespen moet je uitkijken ... Ze letten zelf nergens meer op en zijn heel chagrijnig, als je er dus per ongeluk tegenaan komt dan steken ze. En dat voel je! Maar hoe komen die wespen zo lui? En zo chagrijnig? Dat is eigenlijk een beetje onze eigen schuld! En daar gaat dit verhaaltje over, luister maar.

Wespen, dat is een hele grote familie. Elk jaar komen er weer een heleboel wespenkinderen bij. Bovendien zijn alle wespen heel erg sportief. Ze hebben niet voor niks allemaal zo'n gestreept sportshirtje aan! Wespen doen daarom steeds onderling wedstrijden: wie het eerst een gele bloem vindt of een rode, wie het eerst om die boom heen terug is of over jouw huis heen vliegt, wie de mooiste luchtbuitelingen kan maken zonder duizelig te worden ... en dan nog veel meer! Maar het allerliefst doen ze aan snelheidswedstrijden, altijd gaat het erom de snelste wesp van de buurt te worden!

Wilma en Willem wesp en hun wespenvriendjes doen ook mee. Vooral Wilma is ERG snel: je hoort ‘zoefff’ en ziet dan even een geelbruin streepje: dat is dan Wilma Wesp in volle vaart. ‘Wij zijn Turbo Race Wespen’, roepen Wilma en Willem en ze proberen steeds met iedereen om het allerhardst te vliegen. Ze winnen het van de vliegen, van de bijen, van de mussen en van de spreeuwen. Willem zag eens heel hoog in de lucht een zilveren vogel vliegen met een witte streep achter zijn staart en hij beweert dat hij zelfs nog harder vliegt dan die vogel. Maar of je Willem altijd geloven moet? Zo ging alles goed bij de familie wesp in onze buurt. Tot een paar weken geleden ...

Want toen kwamen er een paar kinderen op straat met plastic blaaspijpjes. Ken je dat met die blaaspijpjes? Je hebt dan een stuk plastic pijp in je hand en een heleboel strookjes papier. Van zo’n strookje papier kun je heel handig een mooie papieren pijl draaien. En als je die dan een dat plastic pijpje stopt – en je blaast heel hard dan vliegt dat pijltje prachtig ver! Laat papa dat anders maar eens voordoen, hè.

Wat papieren pijltjes zijn weten Wilma en Willem en hun wespenvriendjes niet. Maar wel hoorden ze ineens van alle kanten zoeffff!! En dan flitste er zo’n ding langs hen heen door de lucht!

‘Ik ben toch nog sneller’, riep Wilma, en ze stoof achter zo'n pijltje aan. Willem deed natuurlijk meteen mee.

Zoefff’, een pijltje ... en ‘RRRRT’ Wilma of Willem er achter aan.

ZOEF’, weer een pijltje ... en weer er achter aan.

Dat ging steeds maar zo door. En elke dag opnieuw. En de hele dag lang. De pijltjesblazers merkten er niks van en ze werden steeds beter in het draaien en blazen. Maar onze wespen merkten het wel! Ze verloren steeds vaker en ze werden heel moe. Zo heel erg moe. Zo vreselijk moe! En heel erg chagrijnig: want wespen willen winnen!

Tenslotte hebben ze het opgegeven. Nu zijn er alleen nog slome wespen in onze buurt. Bekaf en nijdig. Ze letten nergens meer op, ze hebben nergens meer zin in en zijn echt héél chagrijnig. Dus als je er per ongeluk te dicht bij komt dan steken ze zomaar. En dat voel je!

Kijk dus uit voor een luie wesp.

Misschien heb je ‘m zelf wel zo moe gemaakt!