Sluiten

Je zult maar zo'n skateboard hebben


’t Is zomer. Dat merk je aan groenere struiken, aan dunnere jassen, aan meer blauw en wittere wolken in de lucht en ook … aan kinderen die buiten spelen. Met steppen, fietsjes, rolschaatsen, rollerskates en soms ook met een echt skateboard. Je weet wel: van die iets gekromde plankjes met wieltjes er onder en meestal een kind er op.

Meestal, want zo’n kind ligt er zomaar naast en dan gaat het skateboard er alleen vandoor. Een klein eindje maar, gelukkig. Want skateboarden zijn heel geduldig en blijven even verder gewoon op je wachten. Ze doen meestal ook gewoon wat jij wilt.

Tenminste: bijna alle skateboarden dan.

Niet het skateboard uit dit verhaal. Dat is een hele eigenwijze. Eéntje die niet alleen van zijn vak, dus het skaten, houdt. Maar die óók graag zijn beste beentje – eh, pardon: zijn beste wieltje vóórzet!

Maar dat wist Madeleine niet. Madeleine had al een tijdje jaloers staan kijken naar een paar jongens en meisjes uit de wijk die op het skate-pleintje aan de gang waren. Ze deden aan ‘tiktakken’, ze bereden de ‘kwartpijp’ en de ‘half-pipe’; ze wipten boven aan de korte helling een glijrand op of stoven zomaar achtjes en cirkels in het rond. En als iets goed lukte dan maakten ze er flink lawaai bij – zodat iedereen het wel moest zien.

Madeleine wilde dat ook wel. Het leek haar reuze stoer. Dus zeurde ze mama net zo lang aan het hoofd tot ze op haar verjaardag dan eindelijk een skateboard kreeg. Een hele mooie, met een mooi stroef bovenvlak en met vrolijke kleurtjes aan de voorrand. Madeleine vond direct al dat het net oogjes leken. Hele pientere oogjes zelfs, maar daar dacht ze verder niet over na.

Nu moet je weten dat Madeleine wel graag heel stoer zou willen zijn, maar dat ze eigenlijk helemaal niet zo’n durfal is. En je begrijpt wel: als je een beetje verlegen en ook erg voorzichtig bent dan leer je niet zo maar te skateboarden …

Na een paar dagen had Madeleine dan ook al heel wat spierpijn, gescheurde kleren, schaaf- en blauwe plekken opgelopen. Ze had dan wel kniebeschermers, maar die helpen niet erg bij ‘t vallen op je billen bijvoorbeeld! Madeleine durfde al bijna niet meer naar het skate-pleintje te gaan. Bang om uitgelachen te worden, hè.

Ze wist het wel niet, maar ook haar skateboard was ontevreden: hij fantaseerde juist van heel hard en heel hoog. Het was echt een vurig skateboard. Een eigenwijs skateboard ook. Hij dacht, “ik moet Madeleine maar eens flink vooruit helpen, anders komt er nooit wat van!”

De volgende morgen was het zaterdag. Dan zijn er extra veel skaters op de baan. Madeleine was er ook. Ze had zich voorgenomen nog één keer echt haar uiterste best te doen. En ook het skateboard dacht, “nu of nooit!” En wat er toen gebeurde …

Madeleine stapte voorzichtig op haar plank – en die begon vanzelf te rijden. Ze schrok er van en viel er meteen al haast weer af. Maar als ze naar links van haar board dreigde te vallen, dan stuurde het board ook gauw naar links en dus stond Madeleine dan weer rechtop! En de andere kant om precies hetzelfde. Zo leek het net of Madeleine haar skateboard steeds meer vaart gaf, terwijl ze zelf allang blij was dat ze er nog niet naast lag. Madeleine kneep haar ogen half dicht van schrik en zwaaide met haar armen om haar evenwicht te bewaren. Haar skateboard kreeg er intussen steeds meer zin in: hij stuurde de half-pipe in, racete naar rechts omhoog, draaide bovenaan precies een halve slag en scheurde toen eerst naar beneden en daarna aan de andere kant omhoog.

“AAAH!” riep Madeleine, die met een rood gezicht ademloos haar best deed om op de plank te blijven en “OOOH” natuurlijk. Maar iedereen dacht dat ze joelde om haar mooie board prestaties.

Dus toen de plank, na drie keer de half-pipe, twee keer de helling én de glijrand en daarna ook nog een mooi achtje, eindelijk stilstond, juichten en klapten heel wat ouders en kinderen rond de baan haar toe. ”Bravo” riepen ze, en “Geweldig”. Sommigen sloegen haar zelfs op haar schouders van waardering.

Eerst mompelde Madeleine alleen maar iets als, “eh, ik wou alleen maar even proberen enne, ’t ging ook wel een beetje van zelf eigenlijk”, en nog iets over ‘per ongeluk’. Maar even later drong het tot haar door dat het toch wel fijn was om een beetje trots te kunnen zijn en glimlachte ze alleen nog maar naar iedereen. En toen ze een beetje aarzelend wéér op haar plankje stapte, bleek die aarzeling helemaal niet nodig – het board had er duidelijk plezier in en het maakte fraaie capriolen! Madeleine hoefde alleen maar te voorkomen dat ze er af viel.

Na een maandje of wat hoefde haar skateboard natuurlijk niks meer zélf te doen: toen was Madeleine zélf al een hele goede skater geworden. Met zoveel oefening!

Maar ze weet nog best hoe ’t begon. Dat het echt gewoon allemaal aan haar skateboard lag. Daarom wordt hij elke avond rechtop tegen de stoel naast haar bed gezet. En dan knipoogt ze naar hem voor het slapen gaan. Hij knipoogt natuurlijk niet terug. Dat kan een skateboard helemaal niet. Een skateboard kan immers uit zichzelf niks. Die doet gewoon alleen maar wat jij wilt.

Tenminste: de meeste skateboarden wel.