Sluiten

Het verhaal van Tinus


Dit is het verhaal van Tinus. Van Tinus Tennis om precies te zijn. Tinus Tennis is een tennisbal. Hij is gekocht toen hij nog heel jong was, vorig jaar, door een mevrouw hier uit de buurt. Tinus kon zich niets leukers voorstellen dan stuiteren. Heel hoog stuiteren. En rollen - héél ver rollen!

Nou dat gebeurde ook. Die mevrouw nam hem elke week mee naar de tennisbaan en liet hem dan alle hoeken van de baan zien. Tinus vond dat heerlijk, hij sprong en stuiterde dat het een lieve lust was.

Maar op een dag, net voor de winter, kneep die mevrouw eens in Tinus en zei, 'Jij wordt wat zacht geloof ik, ik moet maar weer eens een nieuwe bal proberen!' En ze legde Tinus in een doos. Daar lag Tinus toen. Weken. Maanden! Eerst riep hij nog, ‘He, ik spring nog prachtig ...’ en ‘Hallo, ik wil nog steeds graag over de baan rollen!’ of ‘Hedaar, ik wil naar buiten,’ en zo meer. Maar wie hóórt er nou een tennisbal? Wij niet. En die mevrouw ook niet. En Puntje Puntje ook niet.

Puntje Puntje is natuurlijk niet haar echte naam. Maar we hebben samen afgesproken dat haar naam niet in dit verhaaltje hoeft en daarom noemen we haar hier maar Puntje Puntje. Puntje Puntje is de dochter van de mevrouw die Tinus gekocht had. En Puntje Puntje zit hier op school. En daar speelden ze van de zomer met ballen, ook met tennisballen! Dus vroeg Puntje Puntje haar moeder om een tennisbal om mee buiten te spelen.

‘Wacht even, ik moet ergens nog een oude bal hebben liggen, die mag je wel,’ zei haar moeder en dus gingen ze zoeken. Ze zochten overal en tenslotte vonden ze Tinus in zijn doos, tussen allerlei andere rommeltjes.

Tinus was intussen wel wat bleekjes geworden van het binnen liggen, maar hij sprong weer vrolijk rond toen Puntje Puntje hem losliet op het schoolplein. De hele zomer had Tinus het goed: hij raakte nu eens zoek in de tuinen naast het plein, en dan weer sprong hij zelfs tot op het dak van het fietsenhok! Dan moest de meester toestemming geven hem er weer af te halen.

Toen werd het herfst. En was het opeens veel natter! Puntje Puntje speelde daarom minder buiten en dus lag Tinus wéér binnen, nu achter in het schuurtje. En daar had hij het helemaal niet naar zijn zin.

‘Het is gebeurt met me,’ dacht Tinus somber, ‘ach ja, ik voel nu zelf ook wel dat ik wat slapper wordt. Een oude tennisbal, wat moet je daar nog mee. Er zit al een scheurtje in mijn jas ook. Jammer, want ik wil nog zoveel van de wereld zien! Ik ben nog niet eens in de stad geweest en ik heb nog maar één winkel gezien: de sportwinkel waar ik gekocht ben. Ik wou dat ik nog buiten mocht en overal heen kon rollen.’ Zo lag die arme Tinus daar te mompelen in ‘t hoekje van de schuur.

Tot vorige week …

Want toen kwam daar ineens een grote hand en die pakte hem op! 'Aha, precies wat ik nodig heb!'',’ zei een stem.

Die stem was van de vader van Puntje Puntje. Hij maakte het scheurtje in Tinus wat groter en drukte hem zomaar Plop, om een koude en staalharde andere bal heen. Tinus begreep er eerst niks van.

Maar even later wel!

Want hij merkte toen dat hij als een jasje over de bol van de trekhaak achter de auto was geduwd ...

Het leven werd voor Tinus nu pas echt heerlijk. Hij had nog nooit zó veel van de wereld gezien! De hele week trekt hij rond: nu eens naar de winkels, dan weer naar de sportclub. Soms eens naar de grote stad en volgend jaar misschien zelfs naar het buitenland op vakantie!

‘Voortaan heet ik Tinus Toerist,’ zegt Tinus en dan pluist hij van genoegen!

Let maar eens op in of je Tinus ook ergens ziet rijden op zijn Trekhaak. Maar haal hem er niet af! Hij geniet er zo van.

‘Ik ben de snélste tennisbal van de hele wereld,’ roept Tinus soms.

En dat kan best eens wáár zijn, natuurlijk ...