Sluiten

Een puzzelpier


Als je eerst hebt gekeken of het dróóg is buiten, ga dan maar eens in de tuin staan of naast de weg - en kijk naar je voeten! Dan zie je de grond, of het gras natuurlijk. Maar daar stopt het niet mee! De wereld gaat nog verder onder de grond, weet je ...

Nèt onder het eerste laagje bovengrond daar wonen bijvoorbeeld: Willem, Wilhelmina en Wilhelmus. Willem is vader worm, Wilhelmina is moeder worm en Wilhelmus is opa Pier! Opa Wilhelmus is wat kribbig - dat is hij wel vaker. Dat komt omdat hij al heel wat ouder is en slecht tegen nattigheid kan. En de grond is vaak nogal vochtig in ons landje.

Hij wordt daar stijf van, zegt hij en dan kan hij niet op tijd weg als de Mol komt. Altijd heeft opa Pier het over de Mol. Dat is nog van vroeger, want toen is hij een keer maar nèt ontsnapt aan die Mol. Gelukkig maar, want mollen lusten heel graag wormen! Het lijkt wel of opa Pier juist alles van heel vroeger nog heel precies weet. Maar wat er vandaag gebeurt, daar weet opa Pier weer veel minder van.

Bijvoorbeeld van Pieter, de jongste zoon van moeder Wilhelmina. Terwijl Pieter toch iets heel bijzonders is. ‘Pieter,’ zegt de trotse vader Willem Worm altijd, ‘Pieter is een kunstenaar en ook wel wat een pieker-Pier!

Nou dat is waar! Heel vaak zit Pieter pier diep, heel erg diep en dan nog dieper na te denken. Zijn broertjes en zusjes kunnen vragen wat ze willen maar dat helpt niks.

‘Ik denk!’ zegt Pieter pier dan altijd.

‘Maar waaraan denk je dan?’ vragen de anderen.

‘Aan van alles,’ zegt Pieter dan meestal.

Nou daar word je niet veel wijzer van, van zo’n antwoord: dan weet je nóg niks! Ook vandaag zit Pieter te denken.

‘Waar denk je aan?’ vraagt moeder Wilhelmina hem nu maar weer eens ... Tot haar verrassing krijgt ze nog antwoord ook: ‘Aan gangetjes,’ zegt Pieter.

Daar snapt moeder niks van.

Gangetjes, die hebben we toch genoeg? Van hier naar boven de grond, en naar de buurman –Rinus regenpier- en zijn gezin, en naar verderop en ook nog naar ...’ begint moeder.

‘Dat is 't 'm nou juist,’ zegt Pieter, ‘je weet dan altijd waar je heengaat! Gangetjes zijn het leukst als je juist niet weet waar ze heengaan. Die ga ik maken. Ik noem ze De Dwaaltunnels van Pieter Puzzelpier - en jullie mogen ze allemaal proberen!’

Hij ging dadelijk aan de slag, met behulp van heel veel hulpgravers. Die begrepen er nog wel niks van, maar ze deden tóch wat Pieter zei. En toen het graafwerk helemaal klaar was, mochten alle families Pier ze gaan proberen, die Dwaaltunnels van Pieter.

En iedereen vond ze prachtig die dwaaltunnels! Alleen opa Pier niet. Die mopperde erover ‘dat het onzin was om ergens heen te kruipen zonder dat je er wezen moest,’ en ‘dat hij wel iets beters te doen had,’ enzovoort.

‘Stiekem laten mopperen,’ zeiden alle anderen, ‘wij gaan nóg een keer Pieters Dwaaltunnels doen!’ En gelijk hebben ze. Probeer jij het ook maar eens! Zie je wel hoe slim Pieter gegraven heeft? Probeer maar eens hoe je van buurman Regenpier bij opa Pier komt …

En als je straks dan alleen ligt, dan kruip je even helemaal onder de dekens, lekker in een holletje in het donker …

En dan stel je je voor dat je ook zo'n lange dunne worm bent en van die prachtige lange tunnels graaft.

Misschien nog wel mooier dan die van Pieter.

Van Pieter Pier.

Pieter, de puzzel- en pieker pier …