Sluiten

Een mussen- en mezenpaal


In dit verhaaltje is het winter. Nou, dat merk je natuurlijk. Aan koude fikjes als je je handschoenen even vergeten bent. En aan dikke dassen waar je moeder het liefst je hele hoofd in wil rollen. En natuurlijk aan je oren, die van die rooie randjes krijgen als je hard rent of fietst!

Gelukkig is er verwarming in huis. En dekens of dekbedden om zachte, warme holletjes mee te maken. Handig hoor, wij mensen. We verzinnen wel wat tegen de kou.

Maar heb jij dat nou ook: dat je eerst heel koud van buiten komt, maar als je dan weer een tijdje lekker warm binnen zit, dat de winter buiten er zó mooi uitziet dat je eigenlijk direct weer naar buiten wilt. Juist als het vriest buiten, of als er sneeuw ligt?

Van die prachtige roze luchten ’s morgens en ’s avonds en dat hele heldere, strakke lichtblauw van een winterlucht overdag. De zon staat dan heel laag aan de hemel, hij is ook donkerder geel en hij maakt daarmee lange, bijna blauwe schaduwen. En lang, droog gras of wat riet aan de waterkant lijkt bijna oranje in dat licht. Vooral laat in de middag.

Kijk jij wel zo goed naar alles dat je dit soort dingen óók ziet? Dat is iets wat je kunt leren: heel goed kijken. Er zijn een heleboel mensen die dat nooit geleerd hebben, zó goed te kijken ... En dat is jammer hoor, want als je het wél leert dan er je hele leven plezier van. Probeer het dus maar eens. Morgen al.

Nóg beter kijken naar alles wat er te zien is - en dat is véél! Zoals naar de vogels bijvoorbeeld. Er zijn vogels die wegvliegen voor de winter komt, maar een heleboel blijven ook gewoon hier. Die “overwinteren”, zo heet dat, net als wij. De meeste vogels die je bij mensen-tuintjes ziet zijn mussen en mezen. En die doen niet net als een poes: even naar buiten en dan weer gauw voor de kachel gaan liggen ... Nee, die vogeltjes blijven buiten, de hele dag. Ze hebben voor ’s nachts wel een lekker uit-de-wind-holletje natuurlijk. De mussen vaak onder een dakpan en de mezen in heel veel soorten holletjes. Bovendien hebben de ze nu een speciaal winter-verenpak. Dik en luchtig-warm is dat. Daarom zien de mussen er plotseling uit als vliegende wattenbolletjes.

Mussen zijn een druk volkje van herfstbruine kwetterkonten. Altijd in de buurt. En meestal in hele groepen tegelijk. Mezen zijn wat kalmer, ietsje slanker en ze hebben een fel gekleurd zwart-geel-blauw verenpak. Van mezen zijn er meestal wat minder dan mussen. Ze zijn ook hooguit met een paar tegelijk onderweg. Maar net als de mussen, zijn ze gebleven. Ze horen er. Ze zijn ook buren eigenlijk. En mensen vriendjes. Niet erg bang, maar vooral nieuwsgierig.

Omdat we dus vriendjes zijn, voeren wij de mussen en de mezen in de winter. Vooral als het erg koud is. Dan blijven ze makkelijker vet en warm. Want dan hoeven ze minder lang naar voedsel te zoeken en kunnen ze weer wat vaker en ook langer in hun holletjes schuilen. En dan zien wij ze ook nog vrolijk in onze tuin terwijl wij lekker binnen blijven. We hebben dus een mussen en mezen-paaltje staan.

Bovenaan zit een plankje. Daarop leggen we vaak stukjes brood. Nou dat ligt het er meestal maar heel even. Soms nemen wel twintig mussen tegelijk elk een stukje mee ... Vlak daarna: Rrrrt, weer een stuk of tien mussen - en leeg is het plankje weer! Zo gauw kan geen mees erbij, natuurlijk. Gelukkig geeft dat geeft niet, want er hangen ook vetbolletjes aan de plank met zaadjes er in. Die lusten mezen en mussen allebei, maar mussen kunnen veel moeilijker aan hun pootjes hangen, zij staan liever rechtop. En meesjes vinden hangend pikken juist fijn, dus zo blijft er ook genoeg te eten voor de mezen, dagen lang ... Verder hangen er pinda's aan die aan een draad zijn geregen. Die kunnen alleen de mezen opeten en dat doen ze graag. En als toetje hangt er nog een halve kokosnoot. Het wit daarvan vinden bijna alle vogels lekker snoepgoed, dus daar kunnen ze de maaltijd mee afronden.

Zo komen flink wat vogels om ons heen gezond en fit de winter door, hopen wij. Dan kunnen ze van de zomer weer lekker spelen in en om onze tuin. Als wij er ook weer in zitten natuurlijk. Gezellig toch, zoveel vriendjes?!

Vroeger zei een televisie-clown die Pipo heette elke keer: “Dag vogels ... ” (Vraag maar eens aan je opa of oma, die waren toen net zo oud als jij nu ... )

Nou, die Pipo had groot gelijk: dag vogels, graag tot morgen, en tot komend voorjaar!