Sluiten

Een koud kikkertje


Soms vriest het ’s winters. Dan komt er buiten ijs op het water. En als het lang vriest dan kun je lopen op dat ijs.

Maar denk er om: alléén als het lang en flink gevroren heeft. Dus nooit te vroeg op het ijs gaan, hé?! Want dan kun je erdoor zakken. En dat is heel gevaarlijk, want onder het ijs kun je niet ademhalen …

Maar als het ijs echt sterk genoeg is dan kun je er op lopen. Toch valt dat nog niet altijd zo mee. Want ijs is glad. Spekglad. Daarom doen mensen vaak schaatsen onder, dat gaat veel beter. Tenminste: als je eerst leert hoe je moet schaatsen. Heb jij dat al wel eens geprobeerd – schaatsen? Leuk hè? Alleen al om naar te kijken!

Maar we hebben het nu steeds over hoe ’t is bóven het ijs. Boven water dus. Er zitten natuurlijk ook dingen ónder het ijs. Onderwater. Zoals de vissen, die het maar raar vinden, zo’n wit dak boven hun hoofd ineens. En Kwurk.

Kwurk is een kleine kikker. Een kleinzoon eigenlijk van Kwakker, die in twee andere verhaaltjes staat. Verhaaltjes over ‘de Kikker die niet van Water hield’ en over ‘een Kikker op Vakantie’.

Nou, Kwurk heeft die verhaaltjes al wel honderd keer gehoord, want opa Kwakker houdt van opscheppen en hij vertelt ze telkens weer. En zijn verhalen worden ook steeds stoerder en langer … Kwurk weet niet of hij alles wat opa Kwakker vertelt wel moet geloven. Maar nu gaat hij zélf een avontuur beleven, luister maar.

Met opa, met z’n vader en moeder en met zijn 12 zusjes en 9 broertjes – ja zo’n kikkergezinnetje is een flink stel - zit Kwurk diep weggedoken in de warme modder onderin de vijver.

“Lekker,” zegt opa, “want het is winter buiten en dus is het koud. Ik denk ook dat er ijs ligt, want het is ineens veel donkerder hier beneden. Heb ik jullie al eens verteld, dat ik, toen het zomer was …”

“Nee hè,” denkt de kleine Kwurk, “niet wéér dat verhaal,” en hij wurmt zich stilletjes achteruit het moddernestje uit en zwemt een stukje weg. Het water is inderdaad behoorlijk koud, maar daar trekt Kwurk zich niks van aan. Hij zwemt gewoon een beetje harder, want flink bewegen daar wordt je ook warm van!

Het is inderdaad donker en er zit een grijswit dak boven hem. Dus dat is nou het ijs waar opa hem over verteld heeft. Het ijs dat maakte dat opa toch een onder water kikker werd. IJs is hard water, zegt opa. En dat is waar, want als Kwurk er tegen duwt dan gebeurt er gewoon helemaal niks.

Saai is dat ijs wel. Want het zit overal. En zo ziet hij dus niet veel van wat er bóven water gebeurt.

Dan komt een schaduw over hem heen. Een grote schaduw. Het lijkt wel een mens. Een mens die boven hem langs glijdt op een soort stokjes - dat kan toch niet?

Nu wordt Kwurk wel heel erg nieuwsgierig en zoekt hij net zo lang tot hij een gat in het ijs vindt. Dat valt niet mee, maar gelukkig zit er vlakbij het riet, tussen de palen van het bruggetje nog een eendenwak. Kwurk ziet dat van beneden als een mooie, helder verlichte plek in het grijswitte ijsdak en al gauw steekt hij zijn kikkerkopje boven het water uit en kijkt hij aan de bovenkant over de ijsvloer …

En daar kijkt hij zijn ogen uit! Hij ziet mensen die op glimmende stokjes over het ijs scheren. Sommigen gaan heel hard. Anderen draaien rondjes. En kinderen die op houten rekken zitten worden voortgetrokken over het ijs. En een kindje dat hevig op z’n stokjes staat te wiebelen achter een stoel. En als er soms iemand uitglijdt en valt, dan wordt er niet gehuild maar vrolijk gelachen!

Zo’n vrolijke drukte bovenop het water heeft Kwurk nog nooit gezien. Even probeert hij mee te doen: een klein kikkertje dat probeert om over het ijs te glijden op z’n platvoeten … Dat werd niks natuurlijk.

Bovendien is het veel te koud op het ijs voor blote kikkertjes en dat merkt Kwurk al heel gauw. Bibberig duikt hij weer gauw onder water, voor zijn groene velletje blauw zou zijn geworden van de kou.

Maar toen hij weer het warme moddernest indook had hij natuurlijk veel te vertellen. Over glijdende mensen die een soort ijsfeest hadden daarboven.

Eerst wilden ze hem niet geloven, maar toen een aantal oudere neven, nichten en oudere broertjes en zusjes ook even hadden gekeken – en gauw weer terug kwamen, brrr wat koud – toen geloofden die hem natuurlijk wel.

Maar de meeste kikkers gingen niet kijken natuurlijk, véél te koud hè. En aan die kikkers vertelt Kwurk nu ’s winters dus verhalen. Verhalen over boven water. Over wat daar allemaal te doen en te zien is. Verhalen die steeds sterker, stoerder en langer worden.

Net zoals bij opa Kwakker dus …