Sluiten

Donkere dagen


Het is Herfst. Al een hele tijd. Het is nat, guur en koud. Ook op de vochtige grond is het nat en kledderig. En heel glibberig als er een hoopje kleffe bladeren ligt. Dan moet je extra goed opletten dat je niet onderuit glijdt.

Dieren hebben daar gelukkig vaak minder last van. Veel zijn het er niet meer, want een heleboel dieren vertrekken op tijd naar het zuiden, waar de winter minder nat en koud is. Je merkt wel: dieren zijn vaak slimmer dan wij! Want als wij naar het zuiden gaan is het vaak op vakantie midden in de zomer. En dan is het hier juist óók lekker warm. Of we gaan toch ‘s winters naar het zuiden, maar dan is het voor de wintersport en dan gaan we juist naar hoge plekken, waar sneeuw ligt! Mensen zijn dus niet erg logisch bezig… Dieren wel. De dieren die gewoon hier blijven hebben vaak warme nestjes of een heerlijk holletje. Of ze hebben een lekker warm bontvelletje natuurlijk.

Slijmpie is ook gewoon hier gebleven. Dat komt: Slijmpie is een slak. Hij zou wel naar het zuiden kunnen gaan kruipen, natuurlijk, maar dan is het hier allang weer zomer voordat Slijmpie daar aankomt! Gelukkig heeft hij altijd zijn huisje bij zich. Als hij ’s avonds bijvoorbeeld onder een laagje blad wegkruipt en zich daarna lekker oprolt in zijn eigen huisje, nou dan houdt hij de winter ook prima buiten!

Nu ligt er nog geen sneeuw en het vriest ook nog niet, dus schuifelt Slijmpie wat rond langs een zanderige voetpaadje. Hij kijkt een beetje zorgelijk, geloof ik. Dat is natuurlijk wel moeilijk om te zien bij een huisjesslak, hoe hij kijkt, want zijn ogen zitten op steeltjes! Hij kan ermee om een hoekje kijken en dat is natuurlijk wel heel handig. Maar nu staan die oogjes zorgelijk. Hij mompelt zachtjes voor zich heen:

‘En toch ben ik direct toen het licht werd al op pad gegaan, verdorie… Zou ik al zo gauw oud en traag worden… Drie-en-twintig boomwortels maar, verdorie… ’ en zo ging hij nog een hele tijd door.

Gelukkig maar dat hij toen Slimpie tegenkwam. Slimpie is zijn oudere broer. Eigenlijk heet die geen Slimpie natuurlijk, want slakken worden allemaal vernoemd naar familieleden en hebben fijne glibberige namen, zoals: Slijmpie, Glijfilmpje, Slijmspoortje, Glippie enzovoort. Slimpie heet dus eigenlijk Gladglijdertje, maar omdat alle slakken nogal traag zijn en langzaam bewegen en praten, viel Gladglijdertje al op toen hij nog klein was. Want hij bemoeide zich direct overal mee, praatte overal dwars doorheen en gaf de juf op de slakkenschool al antwoord voordat ze de vraag helemaal af had! Dáárom ging iedereen hem Slimpie noemen.

‘Wat heb jij nou?’ vroeg Slimpie, want hij zag het direct: er zat Slijmpie wat dwars.

‘Ik wordt plotseling oud of misschien ben ik wel ziek’ was het trage en mopperige antwoord ‘want ik doe nog maar hooguit zes-en-twintig boomwortels!”

‘Hé, wat bedoel je?’ wilde Slimpie direct nieuwsgierig weten.

‘Nou kijk: voordat ik langere tijd in mijn schuilplekje doorbreng, houd ik er van om dit hele parkpaadje nog eens langs te kruipen. Ik deed daar een paar weken geleden zes dagen over. Dan begin ik als het licht wordt en kruip ik m’n huisje weer in als het gaat schemeren. Dat doe ik nu ook, maar ik heb veel meer dagen nodig om het paadje af te kruipen en toch denk ik dat ik stevig doorkruip…’ Een heel verhaal voor een slakje, Slijmpie hijde er van. Maar Slimpie begon t lachen.

‘Wordt nou niet boos’, hikte hij door het lachen heen toen hij zag dat zijn broer nijdig begon te kijken ‘het ligt helemaal niet aan jou. Het ligt aan de dagen!’

Aan de dagen? Daar snapte Slijmpie niks van.

‘Echt waar, het ligt gewoon aan de dagen’ hield Slimpie vol, ‘het zijn de Donkere Dagen voor Kerst, dan wordt het ‘s morgens pas laat licht en wordt het ’s middags al weer heel gauw schemerig!’

‘Echt waar?’ vroeg Slijmpie wantrouwig, ‘kortere dagen?’ Hij geloofde het maar half.

‘Echt waar’, knikte Slimpie, ‘heus!’

Wat denk jij, zou dat waar zijn? Ik denk dat Slimpie gelijk heeft. Let maar eens op als je in die dagen voor de Kerstvakantie naar school gaat: de dag lijkt dan nog maar net begonnen. Er is dan gewoon nog een beetje donker van de nacht in de lucht over.

En als je dan uit school buiten wilt gaan spelen, als het niet regent – dan is het verdorie alweer bijna donker! Dus het is echt waar. Die Donkere Dagen. En reuze lastig voor het buiten spelen. Wie wil er nou wachten met buiten spelen tot het over twee maanden of zo eindelijk weer veel langer licht is. Jij toch zeker niet?

Daarom moeten we het maar zó regelen: overdag lekker buiten spelen en pas naar school als het ’s middags gaat schemeren. Want dan wordt het buiten te donker om lekker te spelen. En kan het op school juist licht en gezellig worden gemaakt.

Prima idee toch? Mooi, dan regel jij dat toch even met de juf of de meester… Doe maar meteen morgen!