Sluiten

Dibbes en de mei-mezen


In de tuin vlak bij de heg naast de hoge struiken staat een boom. En in die boom hangt een nestkastje.

Weet jij wel wat een nestkastje is? Voor wie dat niet weet: een nestkastje is een hangend huisje voor vogelgezinnen. Dit huisje is bedoeld voor Mezen. Het gaatje om er in te komen is dan nèt zo groot dat een dikke mees er nog precies doorheen past. De meeste tuinmezen heten ‘Koolmezen’. Waarom dat zo is weet ik niet, want ze eten helemaal geen kool...

Elk jaar komen de mezen terug in hun hanghuisje om er kleine meesjes op te voeden - in de maand mei. Die mezen mogen daarom best mei-mezen heten, vind ik. Want ze zijn allemaal in mei geboren.

Pa Mees is een soort bouwkundig opzichter: hij weet zo te zien veel meer van mezenwoningen af dan jij of ik! Vroeg in april al komt hij kijken - en dat gaat zo: hij begint met voor het gat te gaan zitten en aandachtig naar binnen te gluren. Als het hem een beetje lijkt te bevallen daarbinnen, dan probeert hij eerst eens met zijn snavel of het hout rond het gat wel hard en sterk genoeg is, zodat een ander dier dat gat niet groter kan maken - om zo zijn huisje in te komen. Als hij ook daarover tevreden is, dan kijkt hij rond op het dak of het daar ook ergens zou kunnen gaan lekken als het regent. Daarna gaat hij boven en onder het huisje kijken of alles bij de boomstam wel stevig vast zit.

En dan doet hij alles nog een keer om te zien of hij niets heeft vergeten. Pas als hij eindelijk helemaal tevreden is haalt hij zijn Mezen-vrouwtje er bij. Een ‘pop’ heet dat bij vogels! Mezen mama dus.

Nou, die is veel vlugger tevreden: ze vertrouwt denk ik op zijn vakmezenschap. Wel kijkt zij direct rond of er geen enkele tak binnen een poezensprong afstand voor het deurgat van haar nieuwe woning langsloopt. En daar heeft ze groot gelijk in, want zo'n poes hebben we hier ook!

Net als alle poezen is ook deze poes erg geïnteresseerd in vogeltjes en dus ook in nestkastjes. Alles wat vliegt en fladdert heeft altijd zijn ruime belangstelling. Dibbes heet die poes en hij woont een paar huizen verderop.

Dibbes houdt minstens zoveel van mei-mezen als jij en ik. Maar om een heel andere reden, denk ik. Wat denk jij?

Gelukkig weten de mezen dat ook, want zodra Dibbes dichterbij sluipt, gaan ze er gauw vandoor! Af en toe klimt Dibbes de boom dan maar weer eens in en onderzoekt hij de mezenwoning. Nee: hij kan er echt niet in.

Maar alles daar voelt en ruikt wel heel erg naar vogels. Daarom gaat Dibbes zijn staart dan recht de lucht in en beweegt zijn neusje met de lange, zwarte snorharen hijgerig op en neer. En daarna draait hij nog maar eens een katten sluip rondje om het vogelhuisje en rond de boomstam.

Dan ineens ziet hij Papa Mees op de rand van het schuurdak zitten kijken. Dibbes heeft geen schouders die je kan ophalen, anders had hij dat vast wel gedaan: want dat is veel te ver om te springen!

In plaats daarvan trekt hij één wenkbrauw op en laat langzaam zijn staart zakken. Ze weten het allebei: Mis poes! Dan druipt Dibbes af.

Maar hij probeert het vast weer. En weer. En nóg een keer. Want dat doet hij elk jaar.

Dat het eigenlijk nooit lukt is niet echt erg voor Dibbes hoor, want thuis staat er een hele voerbak met lekkers voor hem klaar. Nee, Dibbes jaagt gewoon voor de sport. En ook omdat het zo hoort natuurlijk - voor de poezen eer!

Ook de Mezen maken zich niet echt druk - ze rekenen er gewoon op dat ze steeds vlugger zijn dan die Poes. En hoger kunnen komen natuurlijk. Ze letten alleen wel goed op. En blijven er dus lenig en oplettend bij. Net als Dibbes zelf.

Laat ze dus maar. Met hun spelletje. Ik zou, als het zover is, wel proberen te tellen hoeveel spiksplinternieuwe mei-meesjes er dit jaar uit het huisje komen vliegen.

Vorig jaar waren dat er 5!