Sluiten

De prik taxi


Aan de bomen hangen bladeren. Dat weet je natuurlijk al láng! Maar dan wordt het herfst. En dan wordt het kouder. En natter. En steeds vlugger donker. En dan vallen de bladeren zomaar naar beneden. Op de grond.

Daar lagen Bertje Blad en Wiesje Wapper nu ook!

Een paar dagen geleden hingen ze nog aan de tak, aan de rand van de wijk. Bertje was al een beetje bruin geworden en Wiesje juist wat geel. Plotseling kwam er een kleine windvlaag ... en daar dwarrelde Bertje naar beneden. Langzaam schommelde hij naar de grond.

Wiesje was eerst wel wat geschrokken, maar Bert deed heel stoer: ‘Dat gaat echt héérlijk!’ riep hij naar boven, ‘dat moet jij óók eens doen.’ Eerst durfde Wies niet goed, want het was een heel eind naar de grond. Maar een paar dagen later was ze toch ook maar omlaag gedwarreld en kwam ze zachtjes en heel gezellig vlak naast Bertje neer.

Maar ja, een blad kan niet weer omhóóg dwarrelen en 't werd soms ook wel erg nat en koud op de grond. Ze lagen in het geultje naast het pad. Hoe moest het nu verder eigenlijk. Was er misschien ook een tehuis voor bejaarde blaadjes?

Bertje vroeg het aan Slijmpie Slak, die net langzaam langskwam.

‘Het wordt winter,’ zei Slijmpie, ‘dan wordt alles buiten nog kouder en natter, dan kun je beter maar binnen blijven.’

‘Waar naar binnen?’ vroeg Wiesje.

‘In je huis!’ zei Slijmpie en hij knikte erbij met zijn twee steeltjes ogen alsof hij wilde zeggen: dat is toch logisch!

‘Maar wij hébben geen huis,’ schrok Bertje.

‘Ikke gelukkig wel,’ zei de slak tevreden en hij rolde zich zó zijn huisje in.

Het is natuurlijk reuze handig dat zo’n slak zijn eigen huisje bij zich heeft, maar Bertje en Wies wisten niet wat zij nou moesten doen, want zij hadden geen huis. Ze werden er verdrietig van en Wiesje begon zachtjes te snikken.

‘Ik heb ’t zo k-k-koud,’ snikte ze.

Toen begon de grond onder hen plotseling te rommelen en te trillen. De beide verdrietige blaadjes werden een eindje omhoog getild, daarna schoven ze opzij … en daar stak opeens een neus zomaar uit de grond omhoog!

‘Oh, hallo,’ zei een bromstem onder die neus, ‘ik ben Melis Mol en ik zie bijna niks bij daglicht. Maar hoorde ik daar iemand huilen?’

‘Ja ik,’ snikte Wiesje zacht, ‘want wij hebben geen huisje voor de winter.’

‘Oh,’ baste Melis mol, ‘is dat alles? Neem je toch gewoon lekker een hol!’ En floep, wèg was hij alweer.

Wies en Bertje dachten héél diep na, want hoe kom je als blaadje nu aan een hol? Je kunt het zelf niet graven. Misschien in andermans holletje? Maar hoe kom je daar dan? Lopen kunnen blaadjes niet…

‘Als mensen niet zelf kunnen lopen gaan ze met de Taxi,’ zei Wiesje wijs, ‘dat heb ik wel eens gezien! Het is een auto en er staat ‘taxi’ op en dan mag je meerijden!’ Op dat moment holde er een kind voorbij op het pad naast hen. Er plakte een blaadje aan haar laars en dat blaadje draafde nu dus mee.

‘Kijk! Een meerijlaars,’ zei Bertje, ‘een Plak-Taxi.’ Zo kon je dus ook meerijden ... Bertje en Wies letten nu goed op, maar niet één keer kwamen schoenen, laarzen of fietsbanden precies bij hen langs. Want ze lagen daar in het gootje en dus niet echt óp het paadje.

Nét toen ze de moed wilden opgeven en weer treurig werden hoorden ze een gekraak en geritsel dat steeds dichterbij kwam … Er kwam een heel raar ding aan!

Het leek nog het meest op een kruipende bezem zonder steel. Met hele scherpe puntjes rondom, een klein neusje en toen ze goed keken, ook met twee vrolijke kleine kraaloogjes.

‘Hé, hallo daar, waar ga jij naartoe?’ riep Bertje heel brutaal. Het wandelende bezempje stopte meteen en glimlachte van oortje tot oortje, al waren die bijna helemaal verstopt in al zijn prikkertjes!

‘Ben jij soms een taxi?’ ging Bertje moedig door.

‘Ikke?’ giechelde de kleine bezem, ‘ik heet Egbert en ik ben gewoon een egel en ik weet niet wat een taksie is, maar ik ga gewoon naar mijn lekker warme holletje!’

‘Dan willen wij graag meerijden, als dat mag dan ben jij onze Taxi,’ zei Bert.

‘Goed. Dan ben ik een prik-taxi,’ giechelde Egbert en hij prikte de blaadjes bij zijn staartje vast en scharrelde zo al kletsend verder. Bertje en Wies vonden de Prik-Taxi heel gezellig en ze zagen zo nog eens wat van de wereld vonden ze.

Het was ook een fijn hol! Warm, droog en knus. Dus Bert en Wies zitten goed deze winter. De hele lange winter.

Maar jij moet maar eens opletten of je in de herfst soms blaadjes aan je schoenzool krijgt. Als dat zo is, vraag 'm dan eens of 'ie soms ergens héén wil ...

Misschien denkt dat blaadje wel dat jij een Plak-Taxi bent

en wil hij lekker meerijden naar jouw huis!