Sluiten

De moppermol


Er zijn mensen die fluiten op de fiets. Of ze zingen in de badkamer (want dat galmt zo lekker!). En er zijn er die neuriën in de gangen van de school. Of weten bijna overal wel een grap van te maken. Zulke mensen hebben gewoon een goed humeur. Da’s lekker hoor: altijd goeie zin hebben! En in de lente zijn vrolijke mensen al helemaal niet meer te houden natuurlijk. Want zeg nou zelf: nieuwe bloemen, fluitende vogels en een lekker zonnetje er bij, wat wil je nog meer?

Helaas zijn er ook mopperkonten. Die altijd en over alles wel iets te zeuren hebben. Zo van: “lente, wat heb je daar nu aan. Straks regent het toch weer,” en dan buigen ze zich over hun huiswerk of bureau-werk en trekken een gezicht als een oorwurm. Trouwens: mensen die dat heel vaak doen, hoeven niet eens zo’n gezicht te trekken; die hebben altijd al een gezicht als een oorwurm. Wist je dat? Kijk maar eens rond in de familie: daar zitten vast wel ‘oorwurmen’ bij. Je weet wel: met zo’n eeuwige frons in hun wenkbrauwen geknepen en die mondhoeken stijfjes omlaag …

Als je zulke mensen kent: gewoon met een boogje erom heen lopen, hè! Vooral niet mee praten. Dan heb je geen last van ze. En blijft jou leventje wél gewoon leuk! Zoals ’t hoort. Zo doe ik het ook.

Maar laatst had ik, op het landje achter die dikke rij beukenbomen langs het fietspad, onverwacht een wel heel rare ontmoeting. En daarbij was het gemopper niet van de lucht! Of van de ‘koude grond’. Nee, het gemopper kwam zelfs van onder de grond. Dat heb je als je, zoals ik deed, op een lekkere lentedag de natuur in gaat en met een grassprietje in je mond en je rug tegen een dikke boom lekker niks zit te doen. Dan hoor je alles. Dus toen ik een zucht, van genoegen, liet gaan – toen hoorde ik een zucht terug! Een diepe zucht, een die helemaal niet klonk naar: genoegen …

Ik keek rond, maar zag niemand. Het zal dus wel verbeelding zijn geweest, zo dacht ik en toen zei ik hardop tegen mezelf “maar wel een lekker zonnetje.”

“Lekker? Lekker?! Die rot-zon droogt de grond uit en daar krijg je een rauwe kop van,” luidde het onverwachte antwoord dat zomaar uit de grond voor me opsteeg. Uit een hoopje zwarte aarde om precies te zijn. Het hoopje aarde bewóóg en even later stak er een donker snuffelneusje uit. En onder dat neusje, daar kwam het gemopper vandaan!

“Lekker toch, na de winter een beetje zonnewarmte,” ging ik er tegen in, want het was een heerlijke dag tenslotte en ik had nog vrij ook!

“Warmte? Wie wil er nou warmte, ik heb m’n eigen bontjas,” wierp de mol tegen die nu een stukje verder omhoog kwam.

“Nou, dan is het toch lekker dat het fijn dróóg is!” hield ik vol.

“Dat is juist niks, want dan kruipt mijn eten dieper weg,” mopperde die mol stug door. En ja, daar had hij wel een beetje gelijk in. Want mollen eten regenwormen en die houden veel van nattigheid.

“Okee, dan hou jij maar van nat,” zei ik, want waarom zou je ruzie maken met een sjacherijnige mol op een mooie zonnige dag, nietwaar?

Maar die mol wist niet van ophouden. “Bah, regen,” neuzelde hij verder “da’s ook niks. Heb je wel enig idee hoe vies en klef de klei hier beneden wordt? En ik moet er wél in wonen, ja?!”

“Dus toch maar liever lekker weer met mooie bloemetjes, net zoals wat ik vind?” riep ik nu dwars.

Maar nee hoor, “bah, bloemen die stinken een uur in de wind en ik zie ze toch al niet, want ik zie niet zoveel,” ging de mol onverdroten op zeurderige toon door.

Nou toen heb ik me niet meer ingehouden, want ook voor sjacherijnige, zwartkijkende en humeurverpestende mopperkonten van vreselijk zeurende moppermollen zijn er grenzen. Dat vind ik gewoon en bovendien mag een beetje vriendelijker ook heel best. Dat heb ik ‘m dus meteen maar even duidelijk gemaakt. Heel duidelijk en met nog veel meer lekkere scheldwoorden er bij!

Moet je ook maar eens proberen als je zo’n ongelofelijke zeurkont tegenkomt. Of ‘ie nou een mol is of niet. Even lekker uitschelden. Het lucht enorm op en je hebt daarna je goede humeur ook direct weer terug! (Grappig hé, dat je van even lekker doorschelden zoveel vrolijker wordt?)

En dan ga je direct natuurlijk weer lekker door met het wél naar je zin te hebben. Je laat je mopperkonten gewoon in hun sombere sopje gaarkoken. Want zo heet dat. Ze zeuren maar door - maar dan wel zonder jou. En zonder mij. Want wij zien het heel wat zonniger in. Dat maakt onze dagen veel fijner. Vind je niet?