Sluiten

De kop erbij houden


In het gras staan vaak madeliefjes. Laat ze je maar eens aanwijzen, als je goed kijkt staan ze bijna overal. Sommige madeliefjes zijn slim. De meesten niet natuurlijk, die zijn vrij suffig. Niet zo stom als de paardenbloem dan weer, want dat is echt heel erg, zó stom als die paardenbloemen zijn! Nee, de mééste madeliefjes zijn wel heel aardig, maar ook een beetje sullig.

Je vader of je moeder weten dat natuurlijk allang, die gaan al zo lang mee dat die dit verhaaltje ook wel zelf verder kunnen vertellen. Dan ben ik lekker gauw klaar deze keer. Of hebben ze al die jaren niet genoeg opgelet? Zijn ze óók een beetje suffig, net als de meeste madeliefjes?

Ik heb zo’n buurman. Zo eentje die niet echt goed oplet. Die niks merkt. Dan zeg je bijvoorbeeld: ‘Stom hè, van die paardenbloemen en trouwens ook van de meeste madeliefjes?!’ En dan weet ‘ie niet eens waar je het over hebt! Probeer het zelf maar eens: er zijn nog veel meer van die buren…

Maar goed, meer over de madeliefjes dus. Al die suffige en die enkele heel slimme. De slimme heten eigenlijk ook geen madeliefjes. Dat vinden ze zelf al veel te suf klinken. Die noemen zichzelf dan ook: madelieven. Dat klinkt al fitter, stoerder – vind je niet?

Kijk, het zit zo: wij hebben een lap gras in onze tuin. Net als zoveel mensen dus. En daarvoor zijn grasmaaiers ontworpen. Je hebt handmaaiers, motormaaiers en elektrische maaiers. Maar allemaal hebben die maaiers messen! Dat klinkt gevaarlijk: in grasmaaiers zitten ronddraaiende messen … Nou, dat is ook gevaarlijk, vooral voor gras dan natuurlijk. Én voor vingers en tenen, als je niet voorzichtig bent! Maar daar gaat dit verhaaltje niet over.

Dat gaat over grasmaaien. Dan slaan die messen overal de kop vanaf. Van het gras natuurlijk. Maar ook van de paardenbloemen.

Hoewel sommige paardenbloemen zó verschrikkelijk lui zijn dat ze hun bloem nog geen twee suikerklontjes omhoog steken en dan al denken dat ze groot zijn. Die hebben dan dom geluk: de messen gaan er over heen. Je kunt dus ook zó dom zijn dat je nergens last van hebt. Dat je zelfs niet eens merkt dat je ergens last van had kunnen hebben ... Maar goed, laat die paardenbloemen maar, die zijn niet slimmer.

Bij de madeliefjes gaat dat anders. Tenminste bij sommigen! Let er maar eens goed op als er gemaaid moet worden. De meesten staan dan sullig voor zich uit te dromen, het gele kopje met de witte kraag lekker naar de zon gericht. Juist die raken bij het maaien dat kopje door onoplettendheid -TJOEP- in één keer kwijt! Tja, dat is in het leven altijd zo: als je maar wat blijft dagdromen en nooit eens goed oplet, dan verlies je voor je ’t weet je hoofd …

Toch zijn er ook madelieven die wel weten hoe de wereld in elkaar zit: zij buigen net voor de grasmaaier even het hoofd … om nadat hij voorbij is gegaan weer vrolijk rechtop te gaan staan! Kijk maar eens goed bij het maaien: het is echt waar. Die madelieven houden dus de kop erbij.

Dat moest jij dus ook maar doen, de kop erbij houden. In de les, op de weg en bij het spelen bijvoorbeeld. Je ziet aan die madelieven hoe nuttig dat is.

En het stáát natuurlijk ook leuker. Zo’n leeg sprietje zonder kopje is toch maar niks. En een leeg nekje lijkt ook helemaal naar niks, denk je ook niet?

Dus hou je kop erbij. Niet alleen omdat papa, mama of de juf op school dat vast ook vaak zegt, maar omdat je nu weet dat ze daarin ook nog gelijk hebben!

Voor deze ene keer dan.