Sluiten

De bessen boef


In onze tuin, langs de schutting, staan bessenstruiken. Een hele rij naast elkaar. Vlak daarnaast is het terrasje waar we zitten als het mooi weer is. Het was heel mooi weer in het vroege voorjaar en er zaten heel veel bloempjes aan de bessenstruiken. Wij blij, want dan komen er ook veel bessen! Elk bloempje wordt een bes. Zo gaat dat bij bessenstruiken.

Nu is het weer mooi weer en dus zitten we buiten. En weet je wat zo raar is? Er lijken steeds minder bessen rood te worden. Dat hoort niet, want bessen worden toch niet geplukt als ze nog groen zijn? Pas waren ze nog allemaal bijna groen. Nu worden ze zachtjes aan roder … en verdwijnen dan!

Vorige week kletste ik met m'n buurmeisjes en die vertelden eerlijk dat ze wel eens ‘een heel klein beetje stiekem’ een mooi rood, lekker zoet besje pikten. Over de schutting heen. Toch zijn daar niet de meeste besjes weg, maar juist middenin de struiken en vooral ook onderaan! Daar loopt Dibbes, de buurtpoes, ook veel natuurlijk. Maar die vindt besjes rare zure en vieze dingen. Hij neust eraan en kijkt dan afkeurend of ook wel verbaast - maar hij lust ze niet. Dibbus lijkt op mijn opa: alles wat rood is en een beetje zuur, dat lust hij niet! Zelfs geen tomaat of paprika – mal hè?! Of heb jij soms ook zo’n opa of oma?

Dus Dibbus is het niet. En de buurmeisjes ook niet. En zelfs opa niet – maar die woont ook wel 150 km verderop, dus al lustte hij ze wel, dan was hij ’t nog niet. En toch gaan de besjes er vandoor alsof ze kunnen vliegen ... Daarom besloot ik nu toch eens extra goed te gaan opletten!

Achter een grote krant zat ik dus vaak buiten op een tuinstoel en gluurde naar de bessenstruiken vanaf de andere kant van de tuin. Na een hele poos hoorde ik wat ritselen en er lag een klein trosje groene besjes op de grond. De bovenste rode bessen waren eraf, maar er was niemand te zien. Nóg beter opletten dus. Weer geritsel, ik kijk op … en de bessenboef kijkt terug.

Nu weet ik wie het is. Maar ik kan niet naar onze buurman draven die politieman is … want de bessenboef is een spreeuw! Hij kijkt me eens aan met een scheef kopje en lijkt te schatten hoe snel ik ben. Zo te zien heeft hij er geen hoge pet van op, want hij blijft gewoon zitten. Zelfs als ik opspring wacht hij eerst nog eventjes voor hij opvliegt en kalm in de boom gaat zitten – net een stukje hoger natuurlijk dan ik kan springen.

Ik heb hem intussen heel kalm uitgelegd wat wij met de besjes willen doen als ze allemaal rijp zijn en ook dat ze van mij zijn, maar hij doet net of hij me niet begrijpt. Natuurlijk begrijpt ‘ie het best, want hij heeft héél slimme oogjes! Maar het is net als bij jou, als je nóg een chocolaatje wilt en je moeder roept uit de keuken dat je er af moet blijven - dan hoor je ook nét even niks! ‘Oost-Indisch doof,’ heet dat.

Deze spreeuw weet niks van Oost-Indië, maar doet graag net zo doof!

We kennen elkaar nu een paar weken en hij weet al heel goed hoe langzaam een mens is en hoe vlug hijzelf! Zelfs als we met z'n vieren op het terras zitten, komt hij onderhand gewoon zijn maaltijd – of toetje – aan bessen halen.

Hij zorgt er daarbij voor dat er een goede ruimte boven 'm is om direct te kunnen opvliegen en blijft ook op een metertje of twee en een half afstand, want dat lijkt hem genoeg voorsprong toe.

Hij heeft helemaal gelijk: zei ik al niet dat hij slim uit z’n oogjes keek? Wij hebben het maar opgegeven.

We laten hem gewoon lekker eten en kletsen af en toe eens wat tegen hem.

Hij hapt dan nadenkend een besje weg, op precies de goede afstand, en kijkt ons aan. Maar hij vertrouwt het niks.

‘Ja, ja,’ denkt hij vast, ‘ze laten mij niet zomaar hun besjes jatten toch? Misschien doen ze alleen maar zo vriendelijk om mij in de val te lokken.’ Hij knikt dus zo nu en dan eens beleefd en zwijgzaam terug, maar wel op de goede afstand. Want hij weet best dat 'ie in overtreding is! Het kan hem alleen niks schelen.

't Is een prachtige spreeuw vol spikkels en vol ondeugd.

Een brutale rakker...

Een échte boef.

Een bessenboef!