Sluiten

Bomenbeurt


Niet ver van hier staan zeven grote bomen aan het oprijlaantje naar een mooi landhuis. Zes op een rijtje aan de ene kant en één links voor.

Alle zeven zijn ze pas flink gesnoeid: heel wat takken zijn er tussenuit gezaagd en nog meer takken zijn ingekort. Dat heb je misschien al wel gezien als je er al eens langs bent gefietst. Dit verhaal gaat over die bomen!

Al heel veel jaren staan ze daar te kijken. Alle zeven. En te fluisteren. Want dat doen bomen… Luister maar eens hoe de bomen fluisteren als het heel stil is! Meestal staat die ene boom linksvoor het hardst te ritselen en te smiespelen. De andere zes, die rechts op een rijtje staan, weten dat allang.

‘Hij is een zeur’, zeggen ze, ‘hij heeft altijd wat te mopperen! Als het niet waait dan is het hem te stil en als het wel waait dan wordt ‘ie weer duizelig van al dat gewiebel… Overdag is het hem veel te druk en ’s nachts moppert hij dat er niks te beleven valt. Hij is gewoon een zeur.’ En dan knikken ze zwaaiend met de bovenkant van hun kruin om duidelijk te maken hoe erg het is!

Deze zomer begon heel koel en nat. Dat weet je nog wel, want toen moest je veel binnen blijven spelen. Wij vinden daar niks aan, aan dat natte weer zonder zon, maar bomen vinden het juist heerlijk! Want dan is er volop water te drinken voor hun wortels en de blaadjes blijven zo lekker groen en fris - het is net alsof ze lekker onder de douche staan. Ze laten dan bijvoorbeeld een fijn nieuw laagje schors groeien, maken nog wat extra takken aan en zetten daar weer nieuwe, vrolijke, jonge blaadjes op.

Maar toen werd het toch nog een hele tijd warm een zonnig, weet je nog wel? Toen kon je wel weer lekker lang buiten spelen. Wij vonden dat allemaal heerlijk. En dat ook nog in de vakantie tijd. Dus lekker zwemmen en daarbij vanzelf bruiner worden - voor de bleekscheetjes onder ons dan hè, want sommige kinderen zijn altijd al lekker bruin. Da’s eigenlijk heel oneerlijk natuurlijk, maar daar gaat dit verhaal niet over.

Want dat gaat over die bomen. En die bomen vonden al die warmte helemaal niet leuk!

‘Makkelijk praten hebben de mensen’, fluisterde de boom rechtsvoor aan de weg, ‘als ze het warm hebben, dan trekken ze zomaar een stuk van hun bast uit en dan hebben ze het vanzelf ook minder warm.’ Dat had hij goed gezien, maar ja, hij stond ook aan de weg, hè. Dus hij ziet ons steeds voorbij komen.

‘Maar dat kunnen wij niet’, ritselden de andere vijf uit het rijtje terug, ‘en wij hebben juist extra bast en blaadjes gemaakt omdat het toen zulk lekker vochtig, groeizaam weer was. En die blaadjes gaan er pas weer af als het herfst is geworden en onze bast gaat er helemaal niet meer af!’

‘Het is niet eerlijk’, bromde nu de boom linksvoor, ‘want…’

Jij moet niet zeuren!!’, riepen de andere zes daar direct dwars doorheen en de mopperkont hield zich mokkend stil.

‘Toch moeten we eens goed nadenken of we er niet iets aan kunnen doen’, hield de eerste boom vol, ‘want dat het zo lang zo warm zou blijven daar had ik niet op gerekend. Ik zal dus nog extra goed op de mensen gaan letten. Want mensen zijn slim en veel vlugger dan wij. Goed kijken dus wat die precies doen als ze het steeds warm hebben.’ En zo keek hij extra goed naar jou en naar mij als wij langs wandelden of langs fietsten. En dat hielp. Want na een dag of drie riep hij plotseling:

’Ik weet het!’

De anderen schrokken ervan.

‘Wat dan?’, vroegen de vijf uit het rijtje.

‘Ja, ja, hij heeft weer eens iets bedacht, hoor’, bromde hij van linksvoor, ‘maar…’

‘Jij moet niet zo zeuren!’, riepen de vijf daar direct weer dwars door heen. En toen moest rechtsvoor vertellen wat hij had bedacht.

‘Haren knippen!’, zei rechtsvoor, ‘de mensen laten ook hun haren korter knippen als ze het vaak warm hebben, en dat kunnen wij ook.’

De anderen begrepen er niets van, zij konden toch niet naar de kapper?

‘Snoeien!’, bromde linksvoor ineens: ‘Hij bedoeld lekker kort snoeien…’

‘Precies’, antwoorde rechtsvoor en daarmee vergaten ze allemaal om te roepen dat linksvoor niet mocht zeuren. Want hij had gewoon gelijk.

Rechtsvoor legde nu zijn plannetje uit: ‘Wij groeien al heel wat jaren door en we zijn behoorlijk groot geworden, maar we zijn nooit gesnoeid. Nu moeten we de aandacht gaan trekken van de mensen die naast ons in dat huis wonen. Als iemand uit dat huis buiten loopt, dan moeten we extra kraken en kreunen, eigenlijk nèt zoals onze mopperkont linksvoor altijd al doet, maar nu allemaal!’

‘Wat, net zo doen als hij?’, riepen de andere vijf uit het rijtje verontwaardigd.

‘Hee zeg, zo kan die wel weer’, mopperde links voor daar juist tegen in, maar net voordat ze konden roepen dat hij niet mocht zeuren legde rechtsvoor zijn plan verder uit:

‘Als wij genoeg steunen, kreunen en kraken dan zullen de mensen uit het huis omhoog gaan kijken en dan gaan ze zich afvragen of wij niet een beetje erg groot zijn geworden. En of al die grote takken wel stevig genoeg vast zitten als het gaat stormen in de herfst. En dan worden ze bang dat zo’n tak misschien wel op hun auto valt of de dakgoot beschadigd of iets dergelijks. Dus dan pakken ze grote zagen en dan gaan ze ons lekker bijsnoeien. En dan krijgen wij het minder warm!’

De anderen vonden dat héél slim van rechtsvoor. Alleen linksvoor bromde somber: ‘Als ze ons maar niet helemaal om zagen.’

Daar schrokken de anderen eerst wel even van, maar toen zei rechtsvoor dat het zo’n vaart niet zou lopen omdat mensen toch ook wel weer van bomen houden.

‘Maar toch vind ik…’, begon linksvoor weer.

‘Jij moet niet zeuren!’, riepen alle anderen en daarom zullen wij wel niet te weten komen wat hij vond.

Twee-en-een-halve week lang hebben ze met z’n allen bij mooi, zacht weer daar toch staan kreunen dat het een lieve lust was. En toen… Toen kwam die dag dat je tot ver in de omtrek de zaagmachines kon horen razen en ze allemaal zo heerlijk kort werden gesnoeid. Alle zeven - zes en één. Voorlopig hebben ze daar elke zomer veel plezier van. Je kunt het nu nog heel goed zien. Ga, als het lekker warm weer is, maar eens kijken hoe ze ervan genieten.

Zélfs linksvoor hoor je niet kreunen of brommen. Hij ritselt gewoon lekker. Zoals het hoort. Bij bomen dan.